Unité 27: Nederlands naar Frans

© Guy Van Lysebetten

Vul de lege vakken in. Druk dan op "Antwoorden controleren" om je antwoorden te controleren.
Gebruik de "Hints"-knop om een extra letter te krijgen. Hierdoor verlies je wel punten.

een kaart =
een ziekenhuis =
een taal =
een brief =
een geneesmiddel =
een berg =
een dorp =
een stad =
Hij praat veel. = Il parle .
geven =
Ik zeg dat het waar is. = Je dis c'est vrai.
Ik denk dat het regent. = Je pense il pleut.
naar school gaan =
op school zijn =
hoeveel tafels? = ?
veel stoelen =
weinig zetels =
elk =