Révision 34 - 39

Kruiswoordraadsel: vertaal van Nederlands naar Frans

© Guy Van Lysebetten

Klik op een getal voor de omschrijving.
Nadat je alles hebt ingevuld, klik je op de knop 'Antwoorden controleren'.

 1      2           3   
         4        
   5              
  6            7     
 8        9      10      
               
11             12      
      13           
14     15         16       
         17        
               
  18         19      20    
      21           
               
  22        23         

Horizontaal

1. meenemen =
4. un bateau = een
5. draaien =
8. een kleur = une
10. de wind = le
11. beter doen = faire ...
12. een speelplaats = une
13. de zomer = l'...
14. een taart = un
16. nogal moeilijk = ... difficile
18. Kerstmis =
19. een groente = un
21. leeg =
22. ernstig =
23. vol =

Verticaal

2. rijden =
3. verlaten =
4. een geluid = un
6. een ogenblik = un
7. buiten =
9. een baan = une
14. een ijsje = une
15. zenden =
17. de zon = le
20. Hij zingt slecht. = Il chante ...
21. het leven = la