Révision 25 - 28

Kruiswoordraadsel: vertaal van Nederlands naar Frans

© Guy Van Lysebetten

Klik op een getal voor de omschrijving.
Nadat je alles hebt ingevuld, klik je op de knop 'Antwoorden controleren'.

       1   2       3    
 4    5    6       7       
8       9       10       
               
  11       12          
              13   
14          15         
    16             
          17       
  18     19            
    20             
21            22       
              23   
         24        
25                 

Horizontaal

1. een vriend = un
4. een school = une
9. een nacht = une
10. gaan =
11. dat is waar = c'est
12. een oom = un
14. een avond = un
15. goed (v) =
16. een kaart = une
17. een les = une
20. hoeveel =
22. mensen = des
24. een brief = une
25. buitengaan =

Verticaal

2. een ochtend = un
3. het regent = il
5. openen =
6. tenslotte =
7. een voetbal = un
8. laten vallen = ... tomber
13. geven =
15. nodig hebben = avoir ... de
17. een taal = une
18. sluiten =
19. vallen =
21. een land = un
23. weinig =