Vijfde leerjaar

EVENTAIL - JUNIOR  Bien sûr

Franse oefeningen voor het 5de leerjaar

Unité 1:

oefening A: woorden correct invullen

oefening B: correcte zinnen maken

oefening C: zinnen juist rangschikken

oefening D: ontbrekende woorden invullen

oefening E: vul in: de of d'

oefening F: zinnen maken (sleepoefening)

Unité 2:

oefening A: vul aan met 'mon ...' of 'ma ...'

oefening B: zeggen vanwaar iemand is

oefening C: correcte zinnen maken

oefening D: je, tu, il of elle

oefening E: de correcte vorm van 'être'

oefening F: zinnen juist rangschikken

oefening G: zinnen maken (sleepoefening)

 

Unité 3:

oefening A: de juiste vorm van het b.n.

oefening B: het juiste antwoord op een vraag

oefening C: zinnen vertalen naar het Frans

oefening D: woorden vertalen

oefening E: zinnen maken (sleepoefening)

 

Unité 4:

oefening A: correcte zinnen maken

oefening B: woorden correct invullen

oefening C: zinnen "vrouwelijk" maken

oefening D: woorden vertalen

oefening E: zinnen vertalen

oefening F: zinnen maken (sleepoefening)

Unité 5:

oefening A: correcte zinnen maken

oefening B: zinnen ontkennend maken

oefening C: woorden correct invullen

oefening D: woorden vertalen

oefening E: zinnen vertalen

oefening F: zinnen maken (sleepoefening)

oefening G: zinnen bij de juiste prent

 

Unité 6:

oefening A: woorden vertalen

oefening B: woorden bij de juiste prent

oefening C: zinnen maken (sleepoefening)

oefening D: het meervoud van z.n.

oefening E: zinnen vertalen

oefening F: het b.n. op de juiste plaats

Unité 7:

oefening A: woorden correct invullen

oefening B: de juiste vorm van être

oefening C: zinnen maken (sleepoefening)

oefening D: welk antwoord bij welke vraag

oefening E: zinnen vertalen

oefening F: het juiste voorzetsel

oefening G: où of ou

oefening H: het juiste onderwerp

Unité 8:

oefening A: woorden vertalen

oefening B: quiz -stripfiguren in het Frans

oefening C: de juist vorm van het b.n.

oefening D: zinnen maken (sleepoefening)

oefening E: schrijf in het meervoud (1)

oefening F: schrijf in het meervoud (2)

oefening G: zinnen vertalen

 

Unité 9:

oefening A: woorden vertalen

oefening B: zinnen maken (sleepoefening)

oefening C: van onbepaald ® bepaald lidwoord

oefening D: van bepaald ® onbepaald lidwoord

oefening E: het juiste vervolg

oefening F: zinnen vertalen

Unité 10:

oefening A: Qu'est-ce que c'est?

oefening B: de correcte vorm van avoir

oefening C: de juiste vorm van être of avoir

oefening D: zinnen maken (sleepoefening)

oefening E: zinnen vertalen

 

 

Unité 11:

oefening A: woorden vertalen

oefening B: zinnen maken (sleepoefening)

oefening C: Hoeveel euro?

oefening D: ontkennend antwoorden

 

Unité 12:

oefening A: woorden vertalen

oefening B: aimer, chanter, porter

oefening C: zinnen maken (sleepoefening)

oefening D: kleding benoemen (sleepoefening)

oefening E: zinnen vertalen

 

 

Unité 13:

oefening A: woorden vertalen

oefening B: écouter, poser, raconter

oefening C: de juiste vorm van het b.n.

oefening D: Wie is het?

oefening E: zinnen maken (sleepoefening)

oefening F: zinnen vertalen

 

Unité 14:

oefening A: woorden vertalen

oefening B: het juiste antwoord op een vraag

oefening C: tu of vous?

oefening D: de juiste vorm van s'appeller

oefening E: zinnen maken (sleepoefening)

oefening F: zinnen vertalen

 

Unité 15:

oefening A: woorden vertalen

oefening B: Hoe laat is het?

oefening C: changer, arriver, regarder

oefening D: zinnen maken (sleepoefening)

oefening E: zinnen vertalen

 

 

Unité 16:

oefening A: woorden vertalen

oefening B: de juiste vorm van aller

oefening C: het juiste voorzetsel

oefening D: zinnen maken (sleepoefening)

oefening E: zinnen vertalen

 

 

Unité 17:

oefening A: woorden vertalen

oefening B: getallen in cijfers (invuloef.)

oefening C: getallen in cijfers (sleepoef.)

oefening D: zinnen maken (sleepoefening)

oefening E: zinnen vertalen

 

 

Unité 18:

oefening A: woorden vertalen

oefening B: quel(s) of quelle(s)?

oefening C: de juiste vorm van faire

oefening D: zinnen maken (sleepoefening)

oefening E: zinnen vertalen

 

 

Unité 19:

oefening A: woorden vertalen

oefening B: quel temps fait-il?

oefening C: het juiste bn.

oefening D: zinnen maken (sleepoefening)

oefening E: zinnen vertalen

 

 

Unité 20:

oefening A: woorden vertalen

oefening B: de juiste vorm van pouvoir

oefening C: het juiste antwoord op een vraag

oefening D: zinnen maken (sleepoefening)

oefening E: zinnen vertalen