Tweede leerjaar

 

Alle maal- en deeltafels
oefenen met HotPotatoes
Zowel de maal- als deeltafels apart inoefenen, in gemengde reeksen en tot slot alle tafels door elkaar.
100veld Aangeduide getallen op een honderdveld kunnen benoemen.
Op deeltjes van het honderdveld de ontbrekende getallen kunnen invullen.
13 oefenbladen
Brug 1 (TE+E) Optellen TE + E met brug over het tiental, met en zonder tussenstappen.
Ook oefeningen in roostervorm.
12 oefenbladen
Brug 2 (TE+TE) Optellen TE + TE met brug over het tiental, met en zonder tussenstappen.
11 oefenbladen
Brug 3 (TE-E) Aftrekken TE - E met brug over het tiental, met en zonder tussenstappen.
Ook oefeningen in roostervorm.
15 oefenbladen
Brug 4 (TE-TE) Aftrekken TE - TE met brug over het tiental, met en zonder tussenstappen.
Ook oefeningen in roostervorm.
11 oefenbladen
Deelroosters Deeltafels inoefenen op kleine en grote roosters.
5 oefenbladen
Deeltafels inoefenen Deeltafels per soort  en gemengd inoefenen.
Per soort: 2-5-10 & 3-4-6 & 7-8-9
Per oefening krijgt de leerling 3 kansen.
13 oefenbladen
Kleiner en groter dan 3 of 4 getallen rangschikken van klein naar groot of van groot naar klein
Ook oefenbladen met gemengde reeksen.
Mogelijkheid tot zelf invullen van getallen.
14 oefenbladen
Maal- en deeltafels Maal- en deeltafels per reeks inoefenen in volgorde en niet in volgorde.
4 oefenbladen
T+E en TE+T Inoefenen T+E en TE+T zonder brug.
7 oefenbladen
Tafelroosters Maaltafels inoefenen op kleine en grote roosters.
Mogelijkheid om zelf de factoren in te vullen.
6 oefenbladen
Tafels inoefenen Maaltafels per soort  en gemengd inoefenen.
Per soort: 2-5-10 & 3-4-6 & 7-8-9
Per oefening krijgt de leerling 3 kansen.
13 oefenbladen
TE+E en TE+TE Inoefenen TE+E en TE+TE zonder brug.
Inoefenen TE+TE met en zonder tussenstappen.
11 oefenbladen
TE-TE en T-E Inoefenen TE-TE en T-E zonder brug.
Inoefenen TE-TE met en zonder tussenstappen.
11 oefenbladen
T-T, TE-E en TE-T Inoefenen T-T, TE-E en TE-T zonder brug.
7 oefenbladen
X- en D-tafels gemengd Maal- en deeltafels gemengd inoefenen.
Per oefening krijgt de leerling 3 kansen.
8 oefenbladen
Breuk je mee (1) Bij allerlei voorstellingen de juiste stambreuk of een veelvoud ervan kunnen aanduiden.
6 oefenbladen
Breuk je mee (2) De breuk (stambreuk of veelvoud ervan) van een getal kunnen nemen.
Met en zonder visuele ondersteuning.
8 oefenbladen
Geburen De eenheid net voor en net achter een gegeven getal kunnen noteren. Ook rond het tiental.
9 oefenbladen
T - TE Inoefenen T - TE, met en zonder tussenstappen.
6 oefenbladen
Maanden en seizoenen De maanden rangschikken; oefeningen op de maanden.
Idem voor de seizoenen.
7 oefenbladen
Aanvullen tot T Kunnen aanvullen tot het volgende tiental.
5 oefenbladen
Gepast betalen 1 Het opgegeven bedrag gepast kunnen betalen met zo weinig mogelijk biljetten en/of muntstukken. Het bedrag is een geheel getal < 100.
10 oefeningen
Spaarpot 2 Wat zit er in mijn spaarpot? Biljetten en munten totaliseren.
Het totaal is < 100. Enkel euro's.
10 oefeningen
Teruggeven 2 Kunnen teruggeven op een bedrag < 100.
10 oefeningen
Wisselgeld 2 Biljetten en/of munten kunnen wisselen in andere biljetten en/of munten.
Bedrag < 100.
12 oefeningen
Lente Kruiswoordraadsel met als thema 'Lente - nieuw leven'